Lelystad,
05
september
2012
|
01:00
Europe/Amsterdam

Siemens en Eneco testen windturbine met hoge 'bouwpakket'-toren

Kortere bouwtijd, lagere kosten, minder overlast

Samenvatting

Windturbines worden steeds hoger. Het wordt dan ook steeds moeilijker en duurder om de torens elders te bouwen en in een aantal delen over de weg naar de locatie te transporteren en in elkaar te zetten. Daarom is er een alternatieve methode ontwikkeld, waarbij de toren bestaat uit kleine stalen elementen die op locatie aan elkaar worden gebout. Zo kan men in korte tijd, tegen lagere kosten ter plekke de masten opbouwen uit verschillende secties. Sinds kort staat de eerste volgens deze methode gebouwde windturbine op het testveld voor windturbines in Lelystad. De toren is 115 meter hoog, er zijn 15.000 bouten in gebruikt en met een capaciteit van 2,3 megawatt levert de turbine genoeg stroom op voor zo’n 2400 huishoudens.

%26Scaron%3BKODA+onthult+interieur+KODIAQ

Hogere windturbines leveren meer elektriciteit op omdat het op grotere hoogtes harder waait. De hogere kosten voor de bouw en het transport van hoge torens drukken echter zwaar op de exploitatie, ondanks de gestegen elektriciteitsproductie. Daarnaast levert ook het vervoer van de steeds hoger en breder wordende torens meer verkeerstechnische problemen op. Er is nu een aantrekkelijk alternatief voor hoge betonnen en hybride (staal-beton) torens: de door Siemens en Andresen Towers ontwikkelde Bolted Steel Shell (BSS) toren.


De BSS toren wordt opgebouwd uit stalen elementen, die in een geautomatiseerde productielijn worden gesneden uit rollen staal, worden gekant en van gaten voorzien. De elementen worden aan elkaar gemonteerd met speciale bouten die men slechts éénmalig hoeft aan te draaien en niet hoeft na te trekken. Voor de mast in Lelystad zijn zo’n 15.000 bouten gebruikt.

Deel deze release

Laatste nieuws